Exit kloppend hart van onderhoudsberoep? - column

Het gaat snel in de wereld van de 'slimme' productie. De hamvraag voor maintenance is dan: «Is de onderhoudsafdeling hierbij gebaat?»

ENGINEERINGNET.BE - Ongetwijfeld wel, althans tegen de achtergrond van de onafwendbare evolutie naar steeds meer automatisering.

Maar tegelijkertijd betekent het dat de maintenancemanager méér moet waarmaken, met minder budget en een team met andere technische competenties.

Helaas is het vandaag al een realiteit: minder budget en mankracht om hetzelfde of zelfs méér te doen dan een tiental jaar geleden, zeg maar voor de crisis. In de vakliteratuur las ik onlangs dat de budgetten weer terug zijn van weggeweest. «Maar anders», liet een technisch manager van ENGIE in Nederland optekenen in het vakblad iMaintain.

«Het volume van het onderhoudswerk is niet meer zo groot als voorheen, en zal dat ook nooit meer worden.» Ondanks een snel seniel wordend installatie- en machinepark is «onder druk van de crisis de afgelopen jaren het mes gezet in veel werkpakketten voor onderhoud.»

Vanuit dat oogpunt is nieuwe 'smart' technologie een zegen. Omdat het de overblijvers de nodige slimme tools aanreikt om ondanks alles hun installaties fit te houden. De schaduwzijde - want die is er bij elke nieuwe ontwikkeling - is dat de competenties moeten volgen. En laat het nu net steeds maar moeilijker worden mensen met het juiste kennisprofiel te vinden.

Dat is meteen een discussie die vandaag klaarblijkelijk niemand (al) wil voeren: Industrie 4.0, 'smart' zus en zo, of hoe je het ook wil noemen, gaat over méér automatisering die onvermijdelijk zal gepaard gaan met minder jobs. Wat er aan banen bijkomt, zal een hoger technologisch gehalte hebben.

Daardoor zullen heel wat 'gewone' technische functies voor de bijl gaan, wegens 'niet de juiste competenties'. Ook 3D-printing, de wonderoplossing die de massaproductie gaat terughalen uit de lageloonlanden, is in hetzelfde bedje ziek: amper nieuwe banen, en quasi allemaal hightech.

Wie dat alvast zéér goed begrepen heeft, zijn de multinationals. Bij de aankondiging in een testopstelling met cobots - collaboratieve robots die samenwerken met mensen - in één van zijn Duitse autofabrieken, legde de directie van Audi iets te nadrukkelijk het accent op de boodschap: «De mens is en blijft onvervangbaar in onze fabrieken.»

Een uitspraak die overduidelijk bedoeld was om de bonden gerust te stellen. Intussen had Audi de hele omkadering voor het duo mens/cobot al wel netjes uitgewerkt, en zelfs de nodige contracten afgesloten met de verzekeraars.

In Nederland dook enkele maanden geleden het eerste interimkantoor op dat robots detacheert naar de werkvloer. «Inclusief ervaren operator en met 30 dagen opzeg voor het koppel.» Ze hebben er al vijf geplaatst...

Dat Toyota in één van zijn plants industrierobotten aan de deur zet, wordt door velen dan weer als een positieve wending ervaren. «Een triomf voor het vakmanschap!» Helaas er zit veel ruis op dat signaal: de doorontwikkeling van de huidige industrierobot is niet iets waar de ontwikkelaars reikhalzend naar uitkijken.

Zij leggen hun eieren in de mand van de collaboratieve robots die werkstations moeten vormen met goed geschoolde operators. Met de nadruk op een nog hogere productiviteit en méér flexibiliteit, iets wat de klassieke robot niet te bieden heeft, maar de nieuwe constellatie mens-cobot/machine wel. Want het zal niet langer om 'zwaar werk' gaan...

Nooit is de drive naar steeds méér automatisering zo groot geweest als vandaag. Ook in de productie, waar in de zero default 'smart' fabriek de machines onderling het werk zullen verdelen, en aan een robot of smeersysteem laten weten dat ze een lekje olie nodig hebben.

Toekomstmuziek? SKF heeft nu al draadloos communicerende lagers die meteen ook continu de conditie van de hen omgevende machine of installatie monitoren. «We willen ons Insight-programma bovendien koppelen aan een smeersysteem om op het juiste ogenblik met de juiste hoeveelheid na te smeren.

Automatisch, manloos en zonder productieverlies», is de betrachting van de ontwikkelaars in Nieuwegein. Daar gaan alvast de smeerrondes, die eeuwenlang het kloppende hart van het onderhoudsberoep waren... <<
Bert Belmans, hoofdredacteur Maintenance Magazine

Engineeringnet.be