ENGINEERINGNET.BE - In hun publicatie Prevalence of multi-micronutrient limitation of phytoplankton growth in the Southern Ocean (gepubliceerd in het vakblad One Earth) geven de onderzoekers ons een veel beter inzicht in het functioneren en de duurzaamheid van het ecosysteem in de Zuidelijke Oceaan.
Ze onderzochten welke voedingsstoffen het ecosysteem daar beheersen en controleren, in het bijzonder de groei en samenstelling van het plankton.
Plantaardig plankton of fytoplankton functioneert als de longen van de oceaan. Via fotosynthese zet het zonlicht en CO2 om in zuurstof en organisch materiaal, waarbij tegelijkertijd de hoeveelheid CO2 in de lucht vermindert.
In de Zuidelijke Oceaan, de oceaan rond de zuidpool, is er relatief weinig fytoplankton, waarschijnlijk door de afwezigheid van het element ijzer.
IJzer komt in heel lage concentraties voor maar in hun studie vonden Baeyens en Gao dat dat ook geldt voor andere essentiële elementen zoals kobalt, zink of silicium.
Bovendien zijn niet alle vormen van die elementen geschikt voor plankton. Om voor de hele lage concentraties dan nog de geschikte vormen te bepalen, was een enorme uitdaging voor de onderzoekers.
Om hun bevindingen te staven, kruisten de wetenschappers veldmetingen in de Zuidelijke Oceaan met computermodellen en goten ze alle data in een geavanceerd model, waarbij ze de evolutie van alle voedingsstoffen voorspelden.
Wanneer de hoeveelheid van bepaalde voedingsstoffen zeer klein wordt, beïnvloedt dat ook de samenstelling van de planktonsoorten. Sommige daarvan zijn groter en zwaarder en zinken veel sneller dan kleinere en lichtere soorten naar de diepzee.
De onderzoekers: “Ongeveer 25% van het plankton verdwijnt uit de bovenste lagen van de oceaan en zakt naar de diepzee en sedimenten. De hoeveelheid CO2 die zo tijdelijk geneutraliseerd wordt, is voor alle oceanen samen, enorm.”
Met hun model kon becijferd worden waar bepaalde voedingsstoffen wanneer en in welke hoeveelheden in de oceaan gebracht moeten worden om een optimale groei van het plankton te bekomen.
Daarenboven kon voor een heel efficiënte koolstofopvang gezorgd worden door te focussen op bepaalde soorten plankton, die procentueel meer naar de diepzee zakken.