Het herbebossen van onze steden

Ontharding en groen verzachten her en der het strakke stadslandschap. Daar zit niet alleen groeiend inzicht achter maar ook creativiteit, het openbreken van disciplines en technologie.

Trefwoorden: #Brussel, #Brussel, #herbebossen, #ontharding

Lees verder

ORI

( Foto: Vincent Callebaut Architectures )

ENGINEERINGNET.BE - Brussel laat landschapsarchitect Bas Smets (Bureau Bas Smets) een masterplan opstellen voor de ontwikkeling van een groene corridor op zijn Noord-Zuidas, van Kruidtuin tot Kapellekerk. De ondergrondse spoorverbinding van vorige eeuw hakte er bovengronds stevig in en sneed de stad in twee. Hoogbouw op de oevers van boven- en benedenstad deed er nog een schep bovenop.

Smets krijgt nu 3,5 jaar om zijn plan te tekenen. Vandaag kleurt hij de strook groen in met bomen en plantsoenen. Stadsbos? Nou, ja. Eerder een beetje oase. Bomen, met duizenden worden ze verwacht, moeten er het hitte-eilandeffect mitigeren en een paar graden koeling brengen. Ontharding moet regenwater laten insijpelen voor het dorstige groen. De bestaande harding moet elke regendruppel opvangen en het water via open greppels tussen de gebouwen door naar wadi’s in de parken/parkjes leiden.

Een project dat eerder een langere termijnvisie is, dat gebruik zal maken van opportuniteiten die zich mettertijd aandienen in de plaats van dolle bulldozers. Een keten van ingrepen die elk op zich nauwelijks opgemerkt worden maar wel schakelen. Een landschap dat groeit en nooit écht af is. Smets, die een MA in architectuur en burgerlijk ingenieur architect (KULeuven) en een postgraduaat landschapsarchitectuur (Genève) heeft, legt ook wadi’s aan op het Antwerpse Nieuw Zuid.

De ‘groene ark’, het Belgische paviljoen voor de wereldexpo eind dit jaar in Dubai.

Toen Brussel nog Brusselde
De Brusselse architect Luc Schuiten, die al heel vroeg ecologie, sociaal engagement en participatie in zijn architectuur weefde, ging voor zelfvoorzienende woningen die gebruikmaken van bioklimatische energie. Vanaf 1980 tekende hij met zijn broer François een reeks stripalbums ‘Carapaces’ (De holle aarde) waarin ze de concepten van een autonome stad ontwikkelden. De stad haalt al haar energie uit de zon. Zijn organische architectuur van de ‘cité végétale’ bouwt op biomimiek (zelf heeft hij het over ‘archiborescentie’) en een verzoening, zelfs symbiose met de natuur.

Met het project ‘Brussel in wording’ verhaalde hij een 400 jaar durende transformatie van de stad die gaat ‘vegeteren’. Een groene utopie in wording. In 2012 schetste hij een autovrije Brusselse Anspachlaan met een groene ‘coulé’ van het De Brouckèreplein, naar de Beurs en het Fontainasplein. Vandaag is de ader autovrij. De coulé … daar is nog werk aan. Veel van zijn projecten bleven mooie en bezielende prenten. In 2008 hertekende hij de rue Smeets in Seraing.

De verpauperde verbindingsstraat toverde hij om tot een wandelstraat. Middendoor trok hij een beek die ontspringt uit een rots tussen enkele bomen en als een navelstreng van groen leven, met oevers van grassen en wildbloemen, naar het kruispunt loopt. In Verviers zag hij in hetzelfde jaar een strand langs de overstromingsgevoelige oevers van de Vesder. Met voetgangersbruggen, ontmoetingsplekken, groen, een schoepenrad dat water opschept uit de rivier om een tuin te bevloeien en dan zijn weg terug naar de Vesder te meanderen. Nu komt de OQuai er, een City Mall met een winkeloppervlak van 27.000 m² en zo’n 1.150 parkeerplaatsen.

Verticaal bos
Eenzelfde sensibiliteit voor duurzaamheid, zelfvoorziening en biomimiek vinden we bij Vincent Callebaut Architectures (Parijs). Callebaut tekende onder andere de ‘groene ark’, het Belgische paviljoen voor de wereldexpo eind dit jaar in Dubai. Hij noemt zich een ‘Archibiotect’. De term (2008) wijst op de transdisciplinariteit die hij nodig acht in zijn stiel. Hij omringt zich met biotechnologen, ingenieurs en architecten. Zijn beter gekende ontwerpen zijn de Lilypad, een vlottende ecopolis voor klimaatvluchtelingen, en de Dragonfly Vertical Farm voor New York City.

De organische architectuur van Luc Schuitens ‘cité végétale’ of ‘plantaardige stad’ bouwt op biomimiek. (illustratie: Luc Schuiten)

Zijn werk moet bijdragen aan de strijd tegen de klimaatopwarming en de gevolgen daarvan. Biomimiek steekt ook in het Pollinator Park, een asiel voor bijen en andere bestuivers, dat hij voor de Europese Commissie tekende. Het blijft niet bij dromen en utopie. Zijn wervelende Tao Zhu Yin Yuan Tower (Taipei) zal wellicht eind dit jaar afgewerkt raken. Dit opmerkelijk torengebouw heeft de dubbele helixstructuur van DNA. Op de centrale as staan twintig woonverdiepingen 4,5°, met de klokwijzer mee, geroteerd ten opzichte van de onderliggende verdieping. Dat is een volle 90° verschil tussen onder en het 93 m hoge boven.

Elk van de 40 luxeappartementen heeft 165 m² tuin met grote bomen en tal van planten. In de dubbele vloer van de balkons zitten de pijpleidingen, afvoer van overtollig water en rvs plantenbakken verwerkt. Dat moet resulteren in veel verticaal groen. Een woonboom. De kern van de groene toren fungeert als een natuurlijke trekschouw: aan de basis wordt lucht aangetrokken die, dankzij de zonnewarmte achter de dubbelbeglaasde façade, opgewarmd en doorheen een serie filters gehaald wordt om aan de top zuiverder dan tevoren uitgestoten te worden. Het groen moet jaarlijks zo’n 130 ton CO2 uit de lucht halen. Dat lijkt weinig maar is tegelijk ook veel, want vind maar nog zo’n project.

Algoritmen
De meeste groene gebouwen zijn lelijk, hoorden we de Nederlandse architect Winy Maas, een van de medeoprichters van stadsplanner MVRDV en directeur van de Why Factory, zeggen. Ze werken met add-ons, clichés, en uiteindelijk blijft het bij een groendak. Bovendien is groen bouwen complex. Dat werkt paralyserend waardoor ‘groen bouwen’ ook veel te traag vooruit gaat. Anderzijds heeft iconische groene architectuur, zoals zijn Rotterdamse Markthal, wel degelijk een impact.

Luchtkrabbers met hun lange smalle spiezen zien er allemaal zowat hetzelfde uit. Stoppen daarmee. Hij laat beelden zien van opengewerkte torens. Over verschillende verdiepingen hakt hij er als het ware ‘grotten’ in uit. Hij heeft het over ‘porositeit’ dat een sociale factor is. Mensen ontmoeten elkaar in open ruimtes. Maar de porositeit werkt tegelijk koelend. Het is ook een groene en waterfactor. Op stapels basiscomponenten laat hij in de Why Factory algoritmen los, slimme robots die alle mogelijke combinaties en variaties afspeuren op zoek naar ongewone en soms beklijvende ‘connecties’ tussen vormen, volumes, planten en bomen …

In zijn stadsstudies betrekt hij het verkeer, auto’s, scooters, steps, schaatsen, banen … maar ook luchttaxi’s en de impact van innovatieve technologieën op de verkeersstromen en de tegelijk mee-evoluerende stadsinfrastructuur van de toekomst.

De Tao Zhu Yin Yuan Tower ‘woonboom’ van Vincent Callebaut met dubbele helixstructuur van DNA in Taipei.

Symbiose in de stad
Het laboratorium voor neurobiologie van de Italiaanse bioloog en hoogleraar plantkunde Stefano Mancuso bestudeert het gedrag van planten. Mancuso heeft het over het vermogen van planten om waar te nemen én te communiceren. Hun wortels zoeken hun weg naar water, voeding en … symbiose, voor hem de motor van de evolutie. Denk: andere planten, bacteriën, schimmels, insecten … maar ook mensen die zaden de wereld rond dragen. Bomen zijn uiteraard niet louter een verfraaiing maar een noodzakelijk element in onze steden.

We hebben er dan ook alle belang bij goed te begrijpen hoe ‘onze’ relatie in mekaar zit, wat temperatuur, luchtvochtigheid, fijnstof … betekenen voor ons én voor hen. Een betere kennis van planten kan ons inspireren tot een nieuw soort stadslandschap. We kunnen het opportunisme en de kracht van bomen gebruiken om de stad leefbaarder te maken.

Hoe brengen we de natuur terug in de metropool en hoe geven we die natuur haar autonomie? Zo kan die dunne ondoordringbare stedelijke laag ook elke druppel regenwater opvangen en naar opslagplaatsen in de stad voeren. Om het te gebruiken daar waar het water nodig is.


Door Luc De Smet

Bij de foto boven:
Iconische groene architectuur, zoals de Rotterdamse Markthal van Winy Maas (MRVDV), kan wel degelijk een impact hebben. (foto Dario Scagliola & Stijn Brakkee)