ENGINEERINGNET.BE - “Onze IP zit in de combinatie van verschillende laserstralen zodat we op een energie-efficiënte manier hoge vermogens genereren en meer dan 90% daarvan kunnen overbrengen op het doel”, zegt Van den Driessche. XO Advanced Systems, dat in oktober ’25 van start ging, combineert verschillende lasers met verschillende spectra of golflengtes.
Deze tweede generatie, energie-efficiëntere lasersystemen kunnen op batterijen lopen, halen een groter bereik en straalkwaliteit terwijl de kost een factor -tien keer!- goedkoper wordt. De geplande laserinstallatie, met alle apparatuur voor de detectie, identificatie, tracking en het uitschakelen van de doelwitten, past in een 30-voet container die op een oplegger rondgereden kan worden. Een eerste demo van dit gecontaineriseerd lasersysteem moet zich dit jaar nog bewijzen. “Prime contractors zijn in de operationele aspecten geïnteresseerd. Alles moet ‘military grade’ zijn. De installatie moet bovendien geïntegreerd in een multilayer defensieomgeving.”
“We kunnen de apparatuur ook op boten installeren. Scheepsmotoren hebben voldoende vermogen zodat batterijen niet hoeven”, zegt Van den Driessche die tevens ook sleutelt aan een 60 kW laserwapen met een bereik van 5 à 6 km. Die ziet hij eerder te monteren op een pantservoertuig. “Je moet rekening houden met heel veel operationele elementen. We integreren radar, optische systemen en zelfs geluid maar koppelen ook detectie-, tracking- en richtsystemen.”
Een cruciale vraag is immers ‘hoe vlug kan je schieten?' De ‘time to kill’ hangt af van de tijd die rest na het detecteren van het doelwit. Van den Driessche benadrukt dat het laserkanon niet op zich staat maar gezien moet worden als deel van een meerlagig defensiesysteem. Daarin kan het een verschil maken, bijvoorbeeld bij het neerhalen van dronezwermen. “Het laserkanon heeft een hoge capex maar kent een kleine kost per schot. Enkele euros. Het past dan ook in een zogenaamde asymmetrische oorlogsvoering.”
Naar Amerika
“Onlangs besliste mijn zoon, die nu in het zesde (basisschool) zit, dat hij luchtvaartingenieur wordt. Er is geen ander idee”, merkt Van den Driessche op. Merkwaardig, want ook toen hij in het zesde basis zat, wist hij het klaar en duidelijk. Hij zou ingenieur worden en creatief omgaan met wetenschap. “Mijn ma was daar niet altijd gelukkig mee.” Hij haalde al eens keukentoestellen uiteen. Hij lacht. Soms, na het hermonteren, had hij wat stukken over… Vader, die bij de bank werkte, kwam op zekere dag met een laptop thuis. “Ik leerde mezelf programmeren in Assembler… maar wou geen programmeur worden.”
Na het middelbaar trok hij naar Gent. Elektronica met optie Informatica. “Ik schreef mijn thesis in 1999 over ‘neurale netwerken’.” Het AI van toen. Lernhout & Hauspie had een neuraal netwerk waarop hij kon experimenteren. Zijn thesis handelde over neurale hetero-associatie. “Denk je aan een boom, dan associeer je daarmee wortels, stam, takken en bladeren. Met die associaties bouw je dan een ontologie. Dat was een voorloper van de taalmodellen, de LLM’s van vandaag.” Terzijde studeerde hij marketing bij Vlerick.
Eenmaal afgestudeerd startte hij bij Barco in Kortrijk. “Ik moest IT en computer science in hun audiovisueel gebeuren brengen. Ze wilden beelden kunnen streamen.” Hij werd Product Manager. Zijn focus: projectoren op een netwerk krijgen, draadloos. Nauwelijks drie maanden aan de slag werd hij naar Microsoft in Redmond gezonden om er netwerken van projectoren aan te sturen. “Zij waren toen de grootste klant van Barco.” Al gauw werd hij verantwoordelijk voor business development in de VS. “Spannend. Het was het begin van LED-walls bij evenementen, van digitale cinema en connectiviteit in board rooms.”

Als defensiestartup denk je het systeem te kunnen hacken… Maar dat lukt niet”, zegt Thomas Van den Driessche, CEO van de Gentse startup XO Advanced Systems. “Je moet ‘meedoen’. Begrijp het systeem. Probeer het niet te veranderen want het is niet hackable.” (foto: LDS)
Hij kijkt met enige nostalgie terug. “Ook met verbazing”, zegt Van den Driessche, die als jonge ingenieur heel veel vrijheid en verantwoordelijkheid toegedeeld kreeg. “Ik had meer gechallenged moeten worden, denk ik nu. We beslisten bijvoorbeeld computers in projectiesystemen te bouwen. De innovatiesnelheid van computers was echter groter dan die van de projectietechnologie wat voor een mismatch zorgde… Op zo’n jonge leeftijd heb je eigenlijk meer coaching nodig.” Maar hij deed het goed en graag.
Zes jaar later, in 2007, was het tijd voor iets anders. Zijn vrouw was zwanger en hij wou dichter in de buurt blijven. Hij besloot sales en marketing binnen Europa te doen. “Maar plots besefte ik dat ik al zolang bij Barco, mijn eerste baan, aan de slag was. Ik vond internationaal werken, innovatie en groei steeds al belangrijk. Dat kon ik ook elders.” Hij begon rond te kijken en landde bij Newtec in Sint-Niklaas. “Satellietsystemen. Telecommunicatie. Het is vandaag nog steeds een ingenieursbedrijf.” Midden 2007 wierf CEO Serge Van Herck -vandaag CEO van EVS Broadcast Equipment, een marktleider in live video uitzendingen- hem aan.
Newtec
“Ik begon er als sales voor Europa en verkocht telecommunicatiesystemen, internet backbones,… Europa was klaar voor business. Na drie maanden zat ik in Rusland en Oekraïne.” IT evolueerde richting ICT. Het TV-gebeuren was nog steeds lineair en geen bloeiende markt. Streamen was er niet bij. Er waren dus opportuniteiten. Na drie jaar groei werd hij VP ‘marktstrategie' en nog eens drie jaar later Chief Commercial Officer. Hij werd ook CEO. “Ik was verantwoordelijk voor de strategie van het bedrijf en ontdekte dat ik goed was in businessplannen maken.” Hij zette het doel uit en de stappen ernaartoe. “We hadden verschillende producten maar moesten een ‘single platform company’ worden." Focussen. “Naast 4G en 5G mobiele communicatie zouden we ook satellieten inzetten om internet naar vliegtuigen te brengen, bijvoorbeeld.” Het jonge SpaceX was een gesprekspartner.
Dat hij zeven jaar lang aan het roer stond van Space & Satellite Professionals International (SSPI), de beroepsvereniging die geleid werd vanuit New York, benadrukte hoe toonaangevend het Vlaamse Newtec was in satellietcommunicatie. Het bedrijf groeide naar 400 mensen en een omzet van meer dan 100 miljoen euro. Het was betrokken bij steeds nieuwe constellaties. Projecten werden steeds groter. “We groeiden organisch aan 20% per jaar maar we moesten nog sneller groter worden. Er was weinig keuze. Om onze kritische massa te vergroten, besloten we te fusioneren met een van de concurrenten.” Newtec was 30 miljoen euro waard toen hij er eind 2016 CEO werd. “Drie jaar later waren we 257 miljoen euro waard en hebben we het verkocht aan Singapore Technologies Engineering (ST Engineering). Samen maakten we toen 400 miljoen dollar revenu met 1.100 mensen.”
Skin in the game
Als ingenieur kan je iets creëren en economische meerwaarde scheppen. “Dat is een belangrijke motivatie voor elke ingenieur-ondernemer”, meent Van den Driessche die de merger leidde en vervolgens tekende om nog twee jaar te blijven. “In zo’n grote organisatie stuur je je vice-presidenten aan. Je kan niet meer microsturen. Op de vloer maak je niet meer het verschil. Je kent er niet alle mensen meer.” De fusie werd in volle coronatijd doorgevoerd. Hij probeerde via zogenaamde ‘townhall presentaties’ toch een duidelijk en transparant verhaal te brengen. “Je neemt jezelf als maatstaf. Je schat in of een groep mensen de capabilities en de organisatie hebben om problemen op te lossen. Je evolueert naar de capabilities van anderen…”

“Maar als CEO-entrepreneur wil je ‘skin in the game’. Je wilt persoonlijk betrokken zijn, mee risico nemen, mee de vruchten van succes plukken. Dat kan wegvallen als je een bedrijf verkoopt.” Van den Driessche had geen aandelen meer, was er de enige Europese president en minder goed thuis in de corporate wereld. De overkoepelende holding Temasek, waartoe ST Engineering behoorde, had toen een portfoliowaarde van $313 miljard. Hij bleef 2,5 jaar.
Tien maanden eerder was hij voorzitter geworden van het Gentse Robovision dat robots voorziet van visiesystemen. "De oprichter -Jonathan Berte, nvdr- sprak me eerst aan om CEO te worden. Ik bedankte maar wou wel voorzitter worden en geld ophalen om het bedrijf om te turnen van een consultancy tot een productbedrijf.” En weet je nog wel, Van den Driessche’s thesis ging over AI “en ik had ooit een droom om in AI te gaan.” In augustus ’22 werd hij dan CEO van Robovision.
“Daar kwam ik mezelf tegen”
“Daar kwam ik mezelf tegen.” Een fantastisch product, bedrijf en mensen. “Robovision pioniert in visie-AI en het analyseren van twee- en driedimensionale beelden om tot actie over te gaan, bijvoorbeeld met robots die tomaten oogsten. Dat is Real World AI.” Hij wist het bedrijf op te schuiven naar een productbedrijf met recurrente inkomsten, realiseerde heel grote waardestijging “maar ik kon mijn strategische visie niet helemaal doorduwen. Er waren weinig meningsverschillen maar ik kreeg maar 80% van mijn visie erdoor en niet meer.” Geen drie jaar later, in februari ’25, stopt hij in samenspraak met de oprichter.
Hij plande een sabbatical en ging reizen -hij trok naar Peru en Indië- maar al even snel werd hij bestuurslid van de Gentse ruimte-startup EDGX, dat AI-procesborden voor satellieten hardt tegen schokken en ruimtestraling. “Als je naar de ruimte trekt, moet de software herschreven worden om ze ruimterobuust te krijgen.” Dat is enorm veel engineering. “Het was te moeilijk om daarop neen te zeggen.” Die zomer hielp hij met een kapitaalronde -goed voor € 2,3 miljoen- en een eerste grote commerciële deal. Van den Driessche gelooft in het potentieel van datacenters in de ruimte. “EDGX bewijst dat je een Nvidia-server in de ruimte kunt schieten. Ze zijn supergoed bezig.”
Eigen startup
Toen besloot hij een startup te beginnen. Geen SAAS-bedrijf (software as a service) in een sector die nu platgewalst wordt door agentic AI. “Ik voel iets voor de fundamentele meerwaarde van innovatie, voor grote fysieke systemen.” Hij neigde naar fundamentele innovatie in systeembouw die tegen de AI-mallemolen opgewassen is.
Tijdens zijn sabbatical ging hij met ex-medestudenten, leeftijdsgenoten,… designen en startte hij XO Advanced systems. De design moet steek houden, haalbaar zijn, en er moet interesse zijn vanuit het militaire domein. Hij gaf zich een jaar. Er moeten heel veel disciplines afgedekt worden. Dat zijn veel mensen. “We hoeven niet alles zelf te maken. Wel de lasersystemen. We beslisten voor een kritische massa van ingenieurs om samen te werken met subsysteembouwers in Nederland, Frankrijk, Duitsland en Denemarken. Veel van de uitbestede subsystemen hebben een aanvaardbaar TRL-niveau.” Vandaag werken een 65-tal mensen in verschillende EU-landen hieraan.
“We zijn ondertussen betrokken in verschillende Europese defensieprogramma’s.” Een Europees bedrijf zijn, geeft reden van bestaan. Er is nog heel veel ruimte om een autonome defensie te ontwikkelen. “Ik doe lasers, niet om ‘me too’ te zijn. We kunnen in Europa zeer innovatief zijn en sprongen maken. Wij kunnen als XO nóg zaken bouwen die zinvol en haalbaar zijn en die vandaag niet bestaan.” Op de plank staan twee producten. Een mobiel 60 kW laserkanon -op een schip of een pantservoertuig- dat vuurt tijdens het bewegen, en een (eerder) stationair 120 kW laserwapen in een container. “Van die laatste willen we voor het einde van 2026 een werkend toestel in het veld.” De opzet is om uiteindelijk te leveren aan prime contractors die voor de integratie zullen instaan.
“Als startup moet je een pad definiëren. Een mooi partnership met strategische partners geeft ons credibiliteit. Er zijn methodologieën, design reviews, specificatie analyses,…” weet Van den Driessche. “Als defensiestartup denk je het systeem te kunnen hacken… Maar dat lukt niet. Je moet ‘meedoen’. Begrijp het systeem. Probeer het niet te veranderen want het is niet hackable.”