Nieuwe berekening van hoeveelheid e-waste dat ontstaat door inzet AI

Door de snelle opmars van AI breiden datacenters wereldwijd in hoog tempo uit. De Nederlandse Vrije Universiteit Amsterdam heeft berekend dat AI servers in 2030 mogelijk voor ruim 224 kiloton aan e-waste zorgen.

Trefwoorden: #afval, #AI, #berekening

Lees verder

research

( Foto: plusone - 123RF )

ENGINEERINGNET.BE - Het wereldwijde gebruik van AI groeit razendsnel. Datawetenschapper Alex de Vries-Gao van de Vrije Universiteit Amsterdam onderzocht al het elektronische afval dat gemoeid is met deze technologie.

Een van de conclusies is dat dit in 2030 jaarlijks ongeveer 131 kiloton tot 224.8 kiloton aan afval oplevert. “Dat staat gelijk aan de totale jaarlijkse e-waste van landen als Denemarken, Noorwegen of Oostenrijk. We hebben het dus over grote afvalstromen,” aldus De Vries-Gao.

De Vries-Gao haakt hiermee in op een eerdere studie die voorspelde dat de totale e-waste van AI-systemen richting 2030 kan oplopen tot vijf miljoen ton.

De VU-wetenschapper kwam dus tot een veel lager getal van e-waste. Hij deed dit door een schatting te maken hoeveel AI-servers er überhaupt gemaakt kunnen worden, terwijl eerdere schattingen hier weinig rekening mee hielden.

Op basis van de nu beschikbare data suggereert hij daarnaast dat de eerder aangenomen levensduur van deze apparatuur van drie jaar te pessimistisch is en de apparatuur in de praktijk waarschijnlijk langer meegaat. Hierdoor vallen de afvalstromen fors lager uit dan in eerdere schattingen.

Dat de hoeveelheid e-waste lager kan uitvallen dan eerdere schattingen lieten zijn, is volgens de Vries-Gao echter geen reden voor geruststelling. “AI brengt nog steeds ontzettend veel afval met zich mee.

Daarom blijft het belangrijk om in te zetten op een langer gebruik van deze materialen, hoogwaardige recycling en om beter gegevens te verzamelen om dit nog beter in kaart te kunnen brengen.”

De grote bedrijven achter de datacenters hebben volgens De Vries-Gao hier een verantwoordelijkheid in: “Zonder meer openheid blijft het risico bestaan dat de omvang en daadwerkelijke impact onderschat wordt. Daar is nog veel te winnen.”