KU Leuven opent hoogtechnologisch en fossielvrij serrecomplex

Gewassen duurzamer produceren en beschermen: daarnaar kunnen KU Leuven-wetenschappers voortaan onderzoek verrichten in een modern serrecomplex, dat beschikt over de nieuwste technologie en fossielvrij werkt.

Trefwoorden: #fossiel, #KU Leuven, #serre, #technologisch

Lees verder

Nieuws

( Foto: KU Leuven )

ENGINEERINGNET.BE - “De vorige serre was te klein geworden en voldeed niet meer aan de huidige onderzoeksnoden”, aldus prof. Bram Van de Poel van KU Leuven.

“Het nieuwe complex omvat 3.360 m², bijna een verdubbeling vergeleken met de vorige serre, en 34 compartimenten."

Voor de opleiding van onder meer bio-ingenieurs- en biologiestudenten is de nieuwe serre een grote stimulans: zij kunnen er les en practica volgen met zicht op de diverse proefopstellingen en gewassen.

De onderzoekscompartimenten hebben verschillende groottes, 32, 64 of 128 m², en zijn van elkaar afgesloten. Elk compartiment heeft een eigen klimaatregeling: temperatuur, luchtvochtigheid, gietregime en verlichting.

Zo kan elk experiment naargelang het gewas in kwestie, van aardbei, banaan en peer tot witloof, zandraket en vele andere, in een afzonderlijke, gecontroleerde omgeving plaatsvinden.

Ook zijn er vier volledig verduisterbare compartimenten om de bloei van gewassen te manipuleren en kunstmatige schemering te simuleren.

Het complex heeft een bioveiligheidsniveau G2, waardoor onderzoekers kunnen werken met genetisch gewijzigde planten en veelvoorkomende ziekteverwekkers, zoals schimmels, bacteriën, virussen en plaaginsecten.

Daarnaast zijn vier serrecompartimenten ingericht als gespecialiseerde quarantaine-eenheden met G2Q, het hoogste bioveiligheidsniveau.

Die maken het mogelijk om onderzoek te doen met, en oplossingen te zoeken voor, quarantaine-organismen die potentieel grote schade kunnen toebrengen aan gewassen.

“We zien dat plagen en ziekten zich sneller verspreiden, onder meer door de toenemende internationale uitwisseling van plantmateriaal en veranderende klimaatomstandigheden”, stelt prof. Barbara De Coninck.

“Dankzij deze quarantaine-eenheden kunnen we de interactie tussen planten en nieuwe of gereguleerde organismen onder strikt gecontroleerde en veilige omstandigheden bestuderen. Zo bouwen we kennis op die helpt om problemen sneller te detecteren, gerichter te beheersen en liefst nog te voorkomen.”

De energievoorziening van de serre is fossielvrij door het gebruik van warmtepompen en zonnepanelen, aangevuld met de aankoop van groene elektriciteit.

Voor het gebruik van water is de serre nagenoeg zelfvoorzienend door opvang van regenwater in een vijver van 1.700 m³.