Praktijklessen voor toekomstige waterstofprojecten in de Noordzee

De grootste uitdaging voor offshore waterstofproductie is niet de technologie, maar de integratie van techniek, infrastructuur, regelgeving en de afstemming tussen betrokken partijen, zo blijkt uit het net afgeronde PosHYdon-project.

Trefwoorden: #Noordzee, #productie, #waterstof

Lees verder

Nieuws

( Foto: PosHYdon-project )

ENGINEERINGNET.BE - Het PosHYdon-project betrof de productie van waterstof uit zeewater met groene stroom van offshore wind op het Q13a-A-platform, op circa dertien kilometer voor de kust van Scheveningen in het Nederlandse deel van de Noordzee.

Offshore windenergie, zeewaterontzilting, elektrolyse en bestaande offshore infrastructuur werden in één geïntegreerd systeem beproefd.

Daarmee was PosHYdon het eerste offshore project ter wereld voor waterstofproductie en -transport op een operationeel productieplatform.

Ook leverde het kennis op over wat nodig is om offshore waterstof in de toekomst grootschaliger toe te kunnen passen.

"Veel mensen denken dat de grote vraag is of we offshore waterstof kunnen produceren. Die vraag hebben we in PosHYdon met ja kunnen beantwoorden.

De echte les is dat succesvolle offshore waterstofprojecten staan of vallen met systeemintegratie. Je moet techniek, infrastructuur, vergunningen, veiligheid en marktpartijen vanaf de eerste dag als één geheel benaderen", aldus Rene Peters, Business Director Energy Infrastructure bij TNO.

Een belangrijke aanbeveling uit het eindrapport is om in toekomstige projecten daarom één duidelijke systeemverantwoordelijke aan te wijzen.

Zo'n partij kan sturen op de samenhang tussen alle technische, operationele en organisatorische onderdelen van een project en voorkomen dat risico's ontstaan op de interfaces tussen verschillende organisaties en systemen.

Een voorbeeld uit het PosHYdon-project is de toestemming die moest worden verkregen om meer waterstof bij te mengen in het bestaande regionale aardgasnet, van 0,02 naar 0,5 volume procent.

Hiertoe moest worden aangetoond dat de hogere concentratie geen nadelige gevolgen had voor onder meer de infrastructuur, gaskwaliteit en meetsystemen.

Na technisch onderzoek, risicoanalyses en overleg met onder meer het Nederlandse ministerie van Economische Zaken en Klimaat en netbeheerders werd de toestemming verleend.

Deze ervaring laat zien dat het tijdig op één lijn brengen van regelgeving, belangen en risicopercepties van belang is om dit soort waterstofprojecten te kunnen realiseren.

Het eindrapport van het PosHYdon-project bundelt technische, operationele en regelgevende lessen uit meerdere jaren praktijkervaring.

De verzamelde kennis kan worden benut door industrie, overheden, infrastructuurbeheerders, investeerders en ontwikkelaars van toekomstige offshore energieprojecten.

Het biedt daarmee een kennisbasis voor de verdere ontwikkeling van waterstofproductie op de Noordzee.

Het project is tot stand gekomen met steun van DEME, EBN, Eneco, Emerson, Gasunie, Hatenboer water, Investa Expertise Centrum, IV Engineering, Nel, Eni, Nexstep, NGT, Nogat, TAQA Energy en TNO.