• 14/03/2012

Hebben Vlaamse bedrijven een energieke toekomstvisie?

Het gemiddeld Vlaamse huisgezin isoleert met een toekomstvisie, maar hoe zit het met onze bedrijven? Column door Robin Bruninx.

Trefwoorden: #Bruninx, #encon, #energie, #Robin Bruninx

Lees verder

nieuws

De gemiddelde Vlaamse woning die in 2010 werd gebouwd voldeed toen al aan de norm die nu pas van kracht wordt. Een op de 3 haalde zelfs de norm die in 2014 voor nieuwbouw zal gelden.

Een sterke evolutie die toont hoe milieubewust Vlamingen zijn. Of hoe goed ze kunnen rekenen. Want investeren in isolatie boven de norm rendeert nu nog.

Maar deze trend roept ook 2 vragen op: hoe streng zullen die normen worden, en vooral, hoe zit het met bedrijven?

De Vlaming heeft begrepen dat investeren in een goed geïsoleerde, energiezuinige woning ook een verstandige investering is: de meeste bouwers gaan veel verder dan de wet hen verplicht. Met reden, want wie rekent ziet dat het financieel loont om beter te doen dan wat de regelgeving oplegt.

De vraag is dan vooral hoeveel verder een bouwer moet gaan en waar de grens ligt tussen een goede investering en ‘zotte kosten’. De methode van het gezond verstand is die van de terugverdientijd: kan ik de extra kosten op een redelijke tijd terugverdienen?

Een logische vraag, maar ook een erg moeilijke. Want hoeveel zal energie kosten over 20 of 30 jaar, moet ik de meerwaarde van de woning bij verkoop ook meerekenen en vooral, hoeveel is die meerwaarde dan? Voorlopig lijken architect en bouwheer samen een inschatting te maken waarbij de zekerheid van het terugverdienen en het beschikbare budget wellicht de belangrijkste parameters zijn.

Maar hoe zit het met onze bedrijven? Gemiddeld genomen denken bedrijven op dit ogenblik niet zo ver vooruit als de gezinnen en kom je daar sneller bouwheren tegen die zich gewoon op de geldende norm richten en niet verder gaan dan wat verplicht is. Ze hebben nochtans ongelijk. Ook voor bedrijven loont het om verder te gaan dan wat de huidige wetgeving oplegt. De terugverdientijden van de extra investeringen zijn kort.

Door het over het ‘gemiddelde bedrijf’ te hebben doen we heel wat ondernemingen en organisaties overigens onrecht aan. Steeds meer bedrijven tonen immers wel engagement en gezond verstand en investeringen in energiezuinige gebouwen. Steeds meer organisaties willen zelfs een niet-verplichte norm halen zoals een ISO50001-certificaat. Of een duurzaamheidscertificaat van Breeam of Leed dat nog veel verder gaat.

Bij dit soort beslissingen spelen in alle eerlijkheid niet alleen financiële, maar ook marketinggerelateerde overwegingen mee. En dat mag, uiteraard.

Wie de problematiek louter financieel bekijkt, zal concluderen dat het in ieder geval verstandig is om verder te gaan dan wat de wet nu vraagt. Belangrijk is wel om goed te bekijken waar de grens precies ligt. Het is de zoektocht naar het economische optimum waar de gedane inspanningen in verhouding staan met de opbrengsten en waar investeringen zich binnen een redelijke termijn terugbetalen.

Voor wie merkimago en marketingoverwegingen mee kan nemen zal de rentabiliteitsgrens gegarandeerd verder liggen dan voor een bouwheer die alleen naar de directe geldstromen kijkt.

Met één ding moeten bedrijven, veel meer dan particulieren, wel rekening houden: vanaf een bepaald niveau worden de maatregelen om een gebouw energiezuinig en duurzaam te bouwen gebruikspecifiek.

Dat wil zeggen dat het gebruik van een gebouw en elk van de verschillende ruimtes bepaalt wat er nodig is op het vlak van isolatie, verwarming, ventilatie en verlichting. Het betekent echter ook dat het gebouw wellicht zal moeten worden aangepast aan de eisen van de nieuwe gebruikers als het wordt verkocht.

Dat is soms zelfs al het geval als het eigen bedrijf is geëvolueerd en de onderneming nieuwe productiemethodes of een andere organisatiestructuur introduceert. Maar dit soort discussies over de ‘eindnorm’ mag de aandacht niet afleiden van wat nu belangrijk is: het loont om een kantoor of industrieel gebouw te ontwerpen dat verder gaat dan wat de nu normen opleggen.


Robin Bruninx is general manager van Encon, een studiebureau gespecialiseerd in de ontwikkeling en realisatie van energieprojecten voor bedrijven. Encon is actief in heel Europa en heeft kantoren in Vlaanderen, Wallonië, Frankrijk en Nederland.