ENGINEERINGNET.BE -De bouwstenen van polyurethaan zijn polyolen en isocyanaten, grotendeels geproduceerd op basis van fossiele grondstoffen.
Ook gebeurt de productie van isocyanaten via een erg giftig proces van fosgenering dat strenge veiligheidsmaatregelen vereist in de chemische industrie.
Polyurethaan is daarbij niet zomaar te recycleren, omdat de meeste types van deze stof niet omgesmolten kunnen worden zoals andere plastics.
Afgedankte producten uit polyurethaan komen dus versnipperd of vermalen in laagwaardige toepassingen terecht, of op een stortplaats.
Voormalig postdoctoraal onderzoeker Niels Van Velthoven van KU Leuven ontwikkelde daarom een chemisch recyclageproces dat polyurethaan weer opknipt in de oorspronkelijke bouwstenen.
“We winnen uit polyurethaan-afval polyolen en isocyanaten terug in een zodanig hoge kwaliteit dat die meteen als bouwblok kunnen dienen”, zegt Van Velthoven. “Dit is zo de basis voor een circulair businessmodel.”
“Fosgenering komt daar niet meer aan te pas. Net zomin als olie of gas. Ons gepatenteerde proces kan alle belangrijke afvalstromen uit polyurethaan verwerken, ook de minder zuivere. Dat maakt deze uitvinding een van de eerste oplossingen voor de chemische recyclage van matrassen, isolatieschuimen en andere producten in deze kunststof.”
Met steun van VLAIO, via een Innovatiemandaat en het programma Moonshot, en het Industrieel Onderzoeksfonds kon Van Velthoven dit recyclageproces ontwikkelen.
Onlangs is spin-off Purtiso opgericht om het proces nu stap voor stap op de markt te introduceren. Van Velthoven: “Samen met industriële partners starten we volgend jaar piloottesten. Daarna willen we een commerciële demo-installatie bouwen, waarvoor de eerste gesprekken lopen."
“Doel is om op termijn modulaire installaties aan te bieden die volcontinu en op industriële schaal polyurethaan-afval omzetten naar polyolen en isocyanaten.
Omdat het zo’n veelzijdige kunststof is, kunnen klanten uiteenlopend zijn: van matrassenproducenten tot fabrikanten van isolatiemateriaal en schoenzolen.”