ENGINEERINGNET.BE - Bodems vormen een belangrijk reservoir van antibiotica en resistentiegenen. Bij hogere temperaturen en vochtigere omstandigheden neemt het aantal resistentiegenen toe.
Bacteriën worden dan ongevoelig voor antibiotica en kunnen die eigenschap doorgeven aan andere bacteriën. Het wordt problematisch als die genen terechtkomen bij ziekteverwekkende bacteriën die mensen of dieren infecteren.
Vaak wordt aangenomen dat klimaatverandering de verspreiding van resistentiegenen versnelt. Maar wat gebeurt er als extreme weersomstandigheden, zoals hitte, droogte en overstromingen, ineens optreden?
Bodemecoloog Franciska de Vries van de Universiteit van Amsterdam verzamelde met collega's daarom bodems uit heel Europa: ‘Van IJsland en Zweden tot Spanje en de Russische steppe.’
Deze bodems werden in klimaatkamers blootgesteld aan extreme omstandigheden: ernstige droogte, overstroming, afwisselende vorst en dooi, en een korte, intense hittegolf.
‘Bodems uit warme, droge landen zijn al gewend aan hitte en droogte,’ aldus De Vries.
‘Daar blijven bodemorganismen relatief stabiel als het weer extreem wordt. In natte, koude bodems raken bacteriën en schimmels veel sneller ontregeld door hitte en droogte. Die bodems verliezen dan makkelijker hun functies zoals CO2-opslag. En het zijn vooral deze gebieden die erg opwarmen.’
In een nieuwe samenwerking en met nieuwe DNA-technieken kwam vervolgens de vraag op welk effect extreme weersomstandigheden hebben op het soort en de hoeveelheid resistentiegenen in bodems, en of dit ook goed te voorspellen is.
Droogte, overstroming en vorst-dooiperioden bleken slechts milde veranderingen te veroorzaken in het resistentierepertoire. Die reacties waren ook redelijk goed te voorspellen op basis van klimaat en bodemtype.
Bij hittegolven waren de reacties het minst voorspelbaar en bacteriën hadden het opvallend zwaar.
‘Ze wisselen minder resistentiegenen uit, maken minder antibiotica aan en gaan in overlevingsstand,’ stelt De Vries. ‘Na zo’n extreem groeien die genen ook niet snel terug.’
‘We weten nu dat klimaatextremen niet altijd op dezelfde manier inwerken op antibioticaresistentie,’ aldus De Vries.
‘Die kennis helpt om beter te voorspellen waar de echte risico’s liggen, en om beleid en monitoring gericht af te stemmen op specifieke bodems en regio’s.’