ODE: ”Grote en kleine biomassacentrales niet over zelfde kam scheren”

Er gaan almaar meer (technische) stemmen op die pleiten voor behoud van biomassa als duurzame energiebron. "Wie geen grote biomassacentrales wil, ziet het totale plaatje niet", stelt ODE.

Trefwoorden: #biomassacentrale, #ODE, #Warmtenet Vlaanderen

Lees verder

nieuws

( Foto: ECN )

ENGINEERINGNET.BE - "Wie alleen de grote biomassacentrales in het vizier neemt, ziet het grotere plaatje niet", stelt de Organisatie Duurzame Energie (ODE). "De klimaatdoelstellingen halen we alleen met een grote vooruitgang in groene warmte. Die kan ook uit lokaal beschikbare duurzame biomassa komen."

Warmtenet Vlaanderen, een platform van ODE, vreest dat in de discussie het kind met het badwater zal worden weggegooid. Biomassa is méér dan enkel grote installaties zoals die van Langerlo en Gent.

ODE vertegenwoordigt bedrijven uit de sector van de duurzame energie, maar ook kenniscentra en universiteiten. "Het ontbreekt in de discussie over biomassa de nodige nuance tussen de twee grote biomassacentrales en de vele kleinere installaties in Vlaanderen", aldus de vereniging.

In veel gevallen gaat het om lokale biomassa-restafval 'van eigen kweek'. In totaal staan er een 40-tal grote vergistingsinstallaties die decentraal in Vlaanderen zijn opgesteld, een 80-tal kleinschalige in landbouwbedrijven en een 5-tal verbrandingsinstallaties voor houtafafval.

Die zorgen nu al voor een elektriciteitsproductie voor omgerekend meer dan 460.000 gezinnen. En ze maken ook groene warmte die lokaal verbruikt wordt. Meer nog, het gaat over de nuttige verwerking van biologisch afval (mest en voedingsafval) dat voordien uitgereden werd op het land.

"Bovendien zorgt de verwerking van biomassa voor 80% tot 90% besparing in CO2-uitstoot", stelt ODE. "Op basis van de korte kringloop van CO2 die tijdens de groei van planten of bomen uit de lucht werd opgenomen. Het is dus geen 'bedrog' om biomassa grotendeels CO2-neutraal te noemen – tenminste onder bepaalde voorwaarden."

Ook de grotere huisvuilverbrandingsinstallaties verwerken organisch afval tot energie. In 9 van de 10 Vlaamse afvalovens gebeurt dat in de vorm van groene stroom; het merendeel van deze installaties levert ook nog eens nuttige groene warmte via een warmtenetwerk aan grote en kleine verbruikers in de omgeving.

"Bijna de helft van het restafval dat deze ovens verwerken - want storten doen we niet meer in Vlaanderen - bestaat uit organisch afval en wordt erkend door OVAM als bron van hernieuwbare energie."

Volgens ODE is er wel degelijk een belangrijk potentieel aan lokale biomassa die kan dienen voor energieproductie: "Het gaat hier niet alleen om reststoffen uit de landbouw, er ligt momenteel in Vlaanderen ook een houtafvalberg van vele tienduizenden ton waar we niet direct weg mee weten."

"We hebben nog nauwelijks vijf jaar om tegen 2020 de tussentijdse klimaatdoelstellingen te halen, en daarna moet groene energie en vooral groene warmte nog verder groeien", stelt de vereniging. "Dit mag geen 'of-of'-verhaal zijn, moet een 'en-en' strategie zijn: we zullen alle duurzame technieken nodig hebben om onze achterstand in te lopen. Een actief, ambitieus, stabiel en samenhangend beleid is daarvoor essentieel."


ACHTERGROND
ODE brengt meer dan driehonderd bedrijven, kenniscentra, universiteiten en organisaties rond duurzame energie samen in technologieplatformen en werkgroepen, om kennis uit te wisselen en aan belangenbehartiging te doen.