ENGINEERINGNET.BE - Vlaanderen beschikt over internationaal gerenommeerde onderzoekscentra, zoals imec, VIB, VITO en Flanders Make, maar het potentieel van die kennis kan nog beter worden benut in de Vlaamse industrie.
Onderzoeksresultaten en technologische innovaties vinden namelijk nu nog te vaak te traag hun weg naar industriële toepassingen.
Met deze samenwerking willen industriefederaties Agoria Vlaanderen, essenscia Vlaanderen, Fedustria en Fevia met deze vier onderzoekscentra sterker inzetten op valorisatie van onderzoek, en op een betere afstemming tussen onderzoek, innovatie en de concrete noden van bedrijven.
Dat moet ervoor zorgen dat nieuwe technologie sneller kan worden toegepast en gecommercialiseerd, en dat Vlaamse bedrijven beter gewapend zijn voor economische en maatschappelijke uitdagingen.
VITO ondersteunt bijvoorbeeld bedrijven in de industriële transitie met technologie, advies en data- en AI-toepassingen en legt zich daarbij toe op water-, energie- en klimaatuitdagingen en oplossingen voor veiligheid, gezondheid, circulariteit en kritische materialen.
“De industriële transitie zal alleen slagen als bedrijven nieuwe technologieën sneller kunnen testen en derisken,” aldus Inge Neven, CEO van VITO. “Met deze samenwerking willen we onze bedrijven maximaal laten gebruikmaken van de innovatiekracht van ons onderzoekscentrum."
Ze wees daarbij op het belang van pilootinstallaties, testfaciliteiten en living labs waar technologieën in realistische omstandigheden kunnen worden gevalideerd en opgeschaald. Dankzij deze regelluwe testomgevingen kunnen innovaties efficiënt op punt worden gezet.
Volgens Neven kennen veel bedrijven de manier waarop ze kunnen samenwerken en profiteren van de onderzoeksmogelijkheden van de strategische onderzoekscentra nog onvoldoende.
Door ze beter zichtbaar en toegankelijk te maken, is het mogelijk de Vlaamse economie weerbaarder en competitief te maken en Vlaamse bedrijven te laten groeien.