UAntwerpen en Genticel werken samen aan therapeutisch HPV-vaccin

De UAntwerpen werkt samen met het Franse biotechbedrijf Genticel aan een therapeutisch HPV-vaccin, dat de progressie van HPV-infectie naar baarmoederhalskanker moet tegengaan.

Trefwoorden: #baarmoederhalskanker, #biotechbedrijf, #Genticel, #humaan papillomavirus, #UAntwerpen, #vaccin

Lees verder

research

( Foto: wikipedia, baarmoederhalskanker )

ENGINEERINGNET.BE - Wereldwijd lijden 93 miljoen vrouwen aan een infectie met het humaan papillomavirus (HPV), de belangrijkste oorzaak van baarmoederhalskanker.

Een infectie met het humaan papillomavirus is een veel voorkomende, seksueel overdraagbare infectieziekte. In de meeste gevallen verdwijnt de infectie spontaan, maar bij langdurige infectie kan ze leiden tot celveranderingen aan de baarmoederhals die kunnen evolueren naar baarmoederhalskanker, de derde meest voorkomende kanker ter wereld.

“Sinds enkele jaren bestaan er preventieve vaccins”, zegt prof. Pierre Van Damme (vakgroep Vaxinfectio, Faculteit Geneeskunde en Gezondheidswetenschappen). ”In Vlaanderen worden jonge meisjes ermee ingeënt, maar een therapeutisch - of bestrijdend - vaccin voor vrouwen die de besmetting opliepen, bestond nog niet.”

In samenwerking met Genticel werd een fase I studie, first use in humans, uitgevoerd. De resultaten uit deze eerste studie, waaraan 47 vrouwen deelnamen, zijn veelbelovend: het percentage vrouwen bij wie de HPV-infectie verdween was beduidend hoger na vaccinatie met ProCervix, vergeleken met vrouwen die een placebo kregen.

Het vaccin bleek compleet veilig, en werd door alle patiënten goed getolereerd. Het gaf geen ernstige bijwerkingen, alleen tijdelijke vaccingerelateerde reacties.

Momenteel worden nog vrijwilligsters voor de tweede fase gezocht. Van Damme: ”In deze multicentrische studie, waaraan in totaal 220 vrouwen kunnen deelnemen, worden de werking en de veiligheid van het experimentele vaccin verder getest."

De verwachting is dat het vaccin binnen een jaar of drie op de markt zal komen.”


(bron: UAntwerpen)