Verdere daling hoeveelheid gestort en verbrand afval

Uit de nieuwste kwartaalcijfers van de OVAM, die betrekking hebben op het eerste kwartaal van 2017, blijkt dat de voorbije vijf jaar de hoeveelheid gestort en verbrand afval verder daalde.

Trefwoorden: #afval, #afvalbeheer, #afvalstort, #hergebruik, #OVAM, #recycleren

Lees verder

nieuws

( Foto: OVAM )

ENGINEERINGNET.BE - In dat kwartaal werd nog 940.000 ton afval verbrand en gestort. Een daling met 60.000 ton ten opzichte van 2012. Die dalende trend is bovendien structureel, zo werd in het gehele jaar 2016 nog 3,7 miljoen ton afval verbrand of gestort waar dat in 2012 nog 3,9 miljoen ton was.

De nieuwe cijfers tonen duidelijk aan dat milieuheffingen op het storten en verbranden van afval nog steeds een sturend hebben en voor meer materiaalrecyclage zorgen.

Het basisprincipe van het milieuheffingenbeleid is dat de vervuiler betaalt. Maar meer nog dan financierend werken de heffingen op het storten en verbranden van afval ook regulerend. Door de tarieven te differentiëren in functie van de verwerking en de aard van de afvalstoffen kunnen milieubelastende activiteiten tot een minimum beperkt worden en stimuleren we maximaal recyclage en het sluiten van materiaalkringlopen.

De daling is quasi volledig toe te schrijven aan de afname van de hoeveelheid gestort afval en dan voornamelijk de hoeveelheid gestort brandbaar afval. Storten van afval is zo op nauwelijks twee decennia tijd geëvolueerd van de belangrijkste afvalverwerkingswijze naar de minst belangrijke verwerkingswijze.

857.000 ton afval kwam in 2016 nog op Vlaamse stortplaatsen terecht. Dat is minder dan 1% van het huishoudelijke afval en minder dan 5% van het bedrijfsafval.

Uit de cijfers blijkt tenslotte ook dat de totale benutte capaciteit voor het verbranden van afvalstoffen in Vlaanderen in 2016 2.210.000 ton op jaarbasis bedroeg. De hoeveelheid is daarmee gelijk gebleven aan die van 2015 en 2014.

Daarmee wordt het structurele evenwicht tussen afvalverbrandingscapaciteit en -aanbod behouden. Een cruciaal element om enerzijds materiaalrecyclage maximaal te stimuleren en anderzijds het zelfvoorzieningsprincipe te kunnen garanderen.

Het is de ambitie van de OVAM om dit evenwicht in de toekomst te blijven behouden, en tegelijkertijd de doelstellingen uit Plan Huishoudelijk Afval 2016-2022 waar te maken en de hoeveelheid afvalstoffen voor eindverwerking met 15% te verminderen.