Zelfvarende plastiekvanger ingezet tegen toenemende riviervervuiling

DEME Environmental Contractors (DEC) gaat in opdracht van de Vlaamse Waterweg een plastiekvanger op de Schelde installeren. Een eerste test om afval uit het water op te vangen.

Trefwoorden: #DEME, #DEME Environmental Contractors, #plastiekvanger, #Schelde, #vervuiling, #Vlaamse Waterweg

Lees verder

nieuws

( Foto: screen YouTube - DEME )

ENGINEERINGNET.BE - Om het toenemende probleem van vervuiling van rivieren aan te pakken slaat de Vlaamse Waterweg de handen in mekaar met de bedrijfswereld om het concept van afvalvangers te testen op de Schelde.

Na een oproep van de Vlaamse Waterweg bij bedrijven om een innovatief voorstel in te dienen, heeft DEME een project voorgesteld om afval op te vangen ter hoogte van de Scheldebruggen Temse-Bornem.

De testopstelling bestaat uit een vaste installatie die passief drijvend en zwevend afval uit het water opvangt en een mobiel systeem dat actief grotere stukken afval verzamelt.

De mobiele installatie bestaat uit een slim detectiesysteem, een werkboot die autonoom kan varen en een oplaadpunt. Met behulp van artificiële intelligentie wordt drijvend afval gedetecteerd door slimme camera’s, die geïnstalleerd worden op de oude Temsebrug.

Een autonoom varende werkboot, die CO2-neutraal vaart, onderschept afval en duwt het naar een collectieponton. In het collectieponton wordt het afval verzameld, waarbij een kraan uitgerust met een grijper het afval overlaadt in een container.

De vaste kraan wordt vanop afstand bediend door een operator met behulp van virtual reality- en 3D vision-technologie. Wanneer de container vol is, brengt de werkboot deze autonoom naar het docking station, waar deze gelost wordt door middel van een overslagkraan op de kaai.

Naast de mobiel plastiekvanger zal ook een vaste installatie getest worden om drijvend en zwevend afval op te vangen. De installatie zal bestaan uit een V-vormige fuik met een collectieponton.


De testfase, die zal starten in februari 2020, gebeurt in samenwerking met de Universiteit Antwerpen en het Instituut voor Natuur- en Bosbeheer.