Onderzoek VUB: flexibilisering nefast voor arbeidsgeluk

VUB-onderzoekers Karen Van Aerden en Christophe Vanroelen hebben onderzocht wat het effect van 'atypische' jobs is op de gezondheid en welzijn van werknemers.

Trefwoorden: #arbeidsmarkt, #atypische job, #European Working Conditions Survey, #flexibiliteit, #Vrije Universiteit Brussel, #VUB, #welzijn

Lees verder

nieuws

( Foto: Pixabay )

ENGINEERINGNET.BE - Sinds het einde van de jaren zeventig staat arbeid steeds meer in het teken van rendement en flexibiliteit. Hierdoor ontstonden veel vormen van ‘atypisch’ werk.

Uit een studie van VUB-onderzoekers Karen Van Aerden en Christophe Vanroelen blijkt dat werknemers in dit soort atypische jobs vaker gezondheids- en welzijnsklachten hebben dan hun collega’s in stabiele standaardjobs.

De opkomst van atypisch werk heeft deze arbeidsvoorwaarden in veel gevallen negatief beïnvloed. Dergelijke jobs worden vaak gekenmerkt door onvoorspelbare werktijden, weinig doorgroeimogelijkheden, tijdelijkheid, deeltijd en een gebrek aan (vakbonds)vertegenwoordiging.

Arbeidsvoorwaarden zijn niet ‘toevallig’ verdeeld over de arbeidsmarkt. Het heeft daarom niet veel zin om te kijken naar de effecten van geïsoleerde variabelen (zoals bijvoorbeeld tijdelijk versus vast werk). In werkelijkheid is een job een totaalpakket.

Op grond van gegevens van de European Working Conditions Survey wisten de onderzoekers op de Europese arbeidsmarkt vijf duidelijk verschillende soorten van zulke totaalpakketten te onderscheiden.

In drie van deze jobtypes speelt flexibiliteit een grote rol:

  • De kwetsbare jobs (15,3% van de Europese arbeidspopulatie) worden gekenmerkt door deeltijds werk (vaak op onvrijwillige basis), contractuele instabiliteit, lage verloning, geringe vormingsmogelijkheden en weinig inspraak.
  • De intensieve precaire jobs (14%) worden gekenmerkt door een combinatie van contractuele instabiliteit, weinig inspraak en vormingsmogelijkheden en lange, onregelmatige en onsociale werktijden. Vaak gaat het om types werk die maatschappelijk minder gewaardeerd worden.
  • Portfolio-jobs, ten slotte, situeren zich juist aan de top van de arbeidsmarkt (10,5%). Deze werknemers kennen over het algemeen goede arbeidsvoorwaarden, met als uitzondering lange, onregelmatige en onsociale werktijden.

Het zijn vooral de werknemers in intensieve precaire jobs die gemiddeld slecht scoren op tal van gezondheids- en welzijnsaspecten.

Ze hebben een slechtere lichamelijke en mentale gezondheid, zijn minder gemotiveerd en geven vaak aan hun werk niet te zullen volhouden tot aan hun pensioen.

Werknemers in kwetsbare jobs laten gemiddeld een relatief slechte mentale gezondheid en een lage werkmotivatie optekenen.

Bij de portfolio-jobs liggen de problemen vooral op het vlak van de werk/privé-balans en de mogelijkheid om het werk vol te houden tot aan het pensioen.


(bron: VUB)